Van soloreligieus naar transreligieusManuela KalskyToen wij een jaar geleden in de Rode Hoed bijeen kwamen om voor het eerst over het verschijnsel ‘soloreligieus’ te debatteren, vroeg ik mij hardop af of ik ook zelf bij de categorie solo-religieuzen hoorde. Ik had het artikel van Jan Oegema erover in Trouw (19 maart 2005) gelezen en twijfelde: ergens kon ik me wel in de typering van de soloreligieus herkennen. Religieuze transformaties Moderne devoties Samen met Inez van der Spek, mijn collega op het Dominicaans Studiecentrum en met Ida Overdijk, eveneens theologe en programmamaker bij IKON televisie, heb ik een boek gemaakt dat de titel heeft gekregen: Moderne devoties. Daarvoor hebben wij 14 vrouwen, afkomstig uit verschillende religieuze tradities, gevraagd of zij een persoonlijk essay willen schrijven over wat en hoe zij geloven. Wat inspireert hen in hun eigen religieuze traditie en wat hebben zij daarin achter zich gelaten? Welke rol speelt geloven in hun dagelijks leven en binnen het werk dat zij doen?
Wij hoopten als redactie op mooie bijdragen, maar wat wij toegestuurd kregen waren juweeltjes. Een voor een gunnen de auteurs de lezer een kijkje in hun leven. Zij vertellen met open vizier en een groot vermogen tot zelfreflectie over de inspiratie die zij uit ‘geloven’ halen; wat zij kwijt willen uit hun religieuze traditie en wat zij willen meenemen. En daarbij maken zij zelf uit wat heilzaam is en wat niet, zelfbewust en kwetsbaar tegelijk. Nieuwsgierigheid, openheid naar de ander en naar andere religies zijn kenmerkend voor deze vrouwen. Zij laten zich door de dagelijkse realiteit religieus inspireren, en zij zien geloven niet als iets dat door het verleden is bepaald, maar als iets dat je in het hier en nu opnieuw vorm kunt geven. Soms in breuk en soms in continuïteit met het verleden. Hart en verstand komen in deze verhalen bij elkaar wat maakt dat ze zowel ontroerend zijn als ook uitnodigen tot verdergaande reflectie. Religieuze diversiteit Er zijn veel lovende recensies verschenen. Jan Greven meende zelfs in Trouw dat dit de weg is die de religieuze reflectie zal gaan: “De weg van de vrouwen, vanuit dagelijkse ervaring. Niet die van de mannen.” Zelf hoop ik eigenlijk dat het ook de weg van de mannen zal zijn of misschien zal worden, omdat ik de indruk heb, dat de manier waarop deze vrouwen de vragen naar waarde en richting in hun leven benaderen een belangrijke route voor vrouwen én mannen kan zijn – weg van het dogmatische, weg van het of … of denken; op zoek naar een manier van leven van en … en. Dingen worden niet bij voorbaat gecensureerd of uitgesloten.
Zo laten de auteurs zich inspireren door verschillende religieuze tradities zonder zich door het verwijt van syncretisme te laten afschrikken. Er gebeuren cross-overs, van één religie naar een andere en men vraagt zich geen moment af of dat wel mag. Religieuze diversiteit wordt niet als bedreigend ervaren, maar als een verrijking gezien. Zo beschrijft Annemiek Schrijver, opgegroeid in een streng gelovig vrijgemaakt gereformeerd gezin, hoe ze zich laat inspireren door het Tibetaanse boeddhisme. Toen haar stiefzoon Michael plotseling bij een verkeersongeluk om het leven kwam, gaf iemand haar het Tibetaanse boek van leven en sterven van Sogyal Rinpoche. Begrippen als vrede, mededogen, wijsheid, die haar van jongs af aan vertrouwd waren maar toch heel abstract bleven, kwamen tot leven. Zij verdiepte zich in boeddhistische spiritualiteit en deze wierp een nieuw licht op haar eigen christelijke traditie. Ook de joodse publiciste en rabbijn in opleiding Tamarah Benima, heeft een andere religieuze traditie in haar leven opgenomen: het soefisme. Voor haar is het niet moeilijk om een diepere laag in de verschillende religies te vinden. Zij ervaart de religieuze tradities, waarmee zij zich existentieel verbonden voelt als een verrijking in haar leven. Zij schrijft: „Net zoals ik het prettig vind om vloeiend Engels en vloeiend Duits te kunnen spreken, en me te kunnen behelpen in het Frans en het Hebreeuws, zo vind ik het prettig om verschillende religieuze talen te spreken, zodat ik met anderen in hun religieuze taal kan communiceren.“ Religieuze identiteit is hier niet gebonden aan één religie. Noch verdedigt men de eigen religie koste wat kost, noch zet men zich er krampachtig tegen af. Men wikt en weegt en neemt uiteindelijk dat mee wat als heilzaam wordt ervaren. En men staat open voor tot nu toe nog onbekende religieuze en levensbeschouwelijke invloeden en vindt daarin nieuwe inspiratie. In de theologie wordt dit steeds vaker voorkomende fenomeen aangeduid met het begrip multiple religious belonging. Denken in veelvoud Staat de soloreligieus open voor deze manier van ‘religieuze flexibiliteit’*, die ook weer terug kan leiden naar de eigen of naar andere religieuze tradities? Mag het om ‘transformatie van geloven’ gaan of is geloven op zichzelf uit den boze? Gert Peelen schreef als “begin van een antwoord” op de vraag wat de soloreligieus beweegt op 14 oktober jl. in Trouw: De vrouwelijke transreligieus
Net als de soloreligieus horen de auteurs van Moderne devoties niet per se bij een vaste groep. Zij denken en handelen individueel, maar niet individualistisch. Zij zijn gehecht aan vriendschap, liefde, empathie en het ‘er voor elkaar zijn’. In die zin zijn ze niet soloreligieus, maar transreligieus – zij slaan bruggen naar andere mensen, naar andere levensovertuigingen in religieus en seculier opzicht op zoek naar het goede leven voor zichzelf en anderen. Kortom: “ein tiefer garstiger Graben” – een diepe kloof – gaapt tussen de mannelijke soloreligieus en de vrouwelijke transreligieus. Komt het nog goed tussen die twee? * Onder de noemer ‘religieuze flexibiliteit’ gaat in januari 2007 een nieuwe website van start -www.reliflex.nl - een samenwerkingsproject van Zinweb en het Dominicaans Studiecentrum. |